Ergens in mijn brein is de kennis opgeslagen dat lichaam ‘vleeshemd’ betekent, meestal bij etymologische duiding van samengestelde woorden gaat het dan om twee Indo-Germaanse stammen, in dit geval lîka en ham. Het vleeshemd heeft iets vies’, maar evengoed iets heel moois: dat wat de ziel draagt, aan heeft. En ooit zul je het uitdoen.
Ik verkeer in de gelukkige situatie dat ik mijn lichaam maar weinig voel in onaangename zin. Misschien denk je er dan wel te weinig over na. Mensen die ziek zijn verdiepen zich logischerwijs meer in het lichaam, dan is er soms sprake van een geschonden vertrouwen. Schrijver N. vertelde van zijn oude vader die had gezegd op 84 jarige leeftijd: ‘Ik weet dat ik een maag heb, maar ik heb ’m eigenlijk nog nooit gevoeld.’ Dat is een wonderlijke zegen, ergens, maar geeft ook aan hoe weinig aandacht je hebt voor iets wat je niet kwelt. Het heeft iets ondankbaars. Waarom slechts peinzen over het lichaam wanneer het niet functioneert? Mij fascineert ook dit: ergens ga je aan dood, maar andere onderdelen van het lichaam zullen blijken veel sterker te zijn, daar zul je nooit last van hebben. Misschien is je linkerschouder wel zo sterk dat die 200 jaar had kunnen worden. Welk van je onderdelen is sterk?
Een eenvoudige optelsom van kwetsuren is het lichaam. De keren dat ik in het ziekenhuis lag: liesbreuk, gebroken arm, gescheurde pees, blindedarmontsteking, gebroken rug, tropische longontsteking, vasectomie, voetoperatie. Littekens rechterpols, linkerkuit, linkeronderarm, rechteronderbuik, linker wenkbrauw, knieën, vele. Maar is dat je lichaam? Nee.
Je lichaam voelen zonder kwetsuur en pijn is vaak: de zon op je huid voelen, de kou, geluiden, beeld en ademhaling. Waarnemingen dus: iets zien, iets horen, iets voelen, ruiken. Daarom is een koud bad, een warme zon, gekwetter van vogels, het suizen van de wind, dampend gras de uitwendige bevestiging van dat je een lichaam bent. Je lichaam voelen heet soms meditatie. Een verschijnsel waar ik eveneens weinig ervaring mee heb, maar wel naar verlang. Van een aantal boeken van Cesare Pavese herinner ik me eigenlijk uitsluitend het overtuigd in de zon zitten en bakken, de zon op je huid. Voor mij is dat al iets als meditatie. Je lichaam voelen op een niet louter sensuele manier. Een vermoeid lichaam voelen is wellicht al bijna zoiets. Na een dag van lichamelijke inspanning in het donker op je rug op bed liggen en nog net even wakker zijn: dan communiceer je met je lichaam, voel je er elk onderdeel van, ga je ze af.
‘Communiceren met je lichaam’, ik tast de randen af van wat ik bijna zweverig vind klinken, maar nog net niet. Een beeld dat bovendrijft is dat van een oude fiets. Ik heb iemand eens horen zeggen dat je in het lichaam doorjakkert als op een oude fiets. Dat vond ik een vreemd beeld, onaardig voor dat lichaam ook, maar soms lijkt het erop. Het lichaam moet gewoon doen wat je wilt tot het dat niet meer doet. Maar meestal tracht je toch ook goed voor dat lichaam te zorgen: je voedt het met wat je weet dat goed voor het lichaam is, al gun je jezelf dingen waarvan je weet dat ze niet goed voor het lichaam zijn. Je wast het, baadt het. Smeert een zalfje op handen of lippen als de winter het te droog maakt. Je oefent het, laat het uit, als een hond, laat het dansen als het wil dansen, rusten als het wil rusten. Maar leer je het zo kennen?
Het lichaam voel je als je niets doet, dan ben je meer lichaam dan geest.
Rustig zitten, niets doen
de lente komt
en het gras groeit vanzelf
citeert Byung-Chul Han Roland Barthes. Zoiets. Er zijn momenten van niets doen dat je weet een lichaam te zijn, minstens evenveel als die verzameling stemmen in je hoofd. Het lichaam is een niet sprekende stem, het blijkt fascinerend ernaar te luisteren. Het wil niets zeggen, het duurt.
‘Ik beschouw het nietsdoen als het werkelijke geluk, maar dat is nu weer iets dat de gewone mensen erg vervelend vinden’ schrijft Zuang Zi. Niets doen is in je lichaam zijn. Vreemd genoeg heb ik een sterke herinnering aan veel momenten van niets doen. Ik heb een paar bomen waar ik nietsdoend naar kan staren, en het kost me geen moeite dat heel lang vol te houden. Dan ben ik lichaam zoals de boom boom is.
Het blad viel
het hoefde niets meer
zelf hoef je nog – dat ene
J.C. van Schagen
Cesare Pavese De maan en het vuur (vertaling Max Nord), Stilte in augustus (vertaling Frida Vogels en Anton Haakman), De duivel op de heuvels (vertaling Martine Vosmaer)
Byung-Chul Han Vita Contemplativa (vertaling Mark Wildschut)
Zhuang Zi De volledige geschriften. Het grote klassieke boek van het taoïsme, vertaald en toegelicht door Kristofer Schipper
J.C. van Schagen Wat dit blijfsel overbleef